Als er één thema was dat feministen wereldwijd met elkaar verbond in het begin van de 20ste eeuw, dan was het wel de strijd voor het vrouwenkiesrecht. In 1904 werd in Berlijn de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht opgericht. Sinds haar oprichting hield deze Wereldbond tweejaarlijks een congres. In 1915 had Berlijn normaliter de plaats van afspraak moeten zijn. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, in augustus 1914, gooide echter roet in die plannen. De Duitse vrouwen trokken immers hun uitnodiging in. Later zou het gerucht de ronde doen dat het geld dat reeds in Berlijn was aangekomen om het congres te organiseren al was gebruikt voor Duitse soldatenuitrustingen. De Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht vond het in de oorlogssituatie dan ook niet opportuun om nog een groots internationaal congres te organiseren.

Aletta Jacobs en de voorbereiding

Sommige leden waren het daar niet mee eens. Vooral de bekende Nederlandse feministe Aletta Jacobs trok hard aan de kar om toch een congres te organiseren, niet in Duitsland maar in het neutrale Nederland. Ze stelde voor om het congres te combineren met een vredesconferentie. De Wereldbond stond echter huiverachtig tegenover dat idee en wou de verantwoordelijkheid voor zo’n congres niet op zich nemen. Daarop besloot Aletta Jacobs op eigen initiatief het congres te organiseren, aangemoedigd door de vele individuele steunbetuigingen en met hulp van andere feministen zoals de Duitse Anita Augspurg en Lida Gustava Heymann. Aangezien het congres buiten de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht om werd georganiseerd, kon het volledig in het teken staan van oorlog en vrede.

Omdat het congres voor alle vrouwen wereldwijd openstond, werd afgesproken om niet te spreken over wie schuld had aan deze oorlog noch over de wijze van oorlogsvoering. De zoektocht naar een antwoord op die vragen had al veel andere overlegmomenten doen mislukken. Liever werd de aandacht besteed aan het vinden van een antwoord op hoe deze oorlog te eindigen; en hoe volgende oorlogen te voorkomen.

Aletta Jacobs slaagde erin Jane Addams te strikken om het congres voor te zitten en het zo de nodige internationale uitstraling te geven. Jane Addams was een vooraanstaande Amerikaanse feministe én voorzitter van de pas opgerichte Women’s Peace Party. Later zou zij ook de Nobelprijs voor de Vrede krijgen.

Het congres

1915 Vrouwenvredescongres-  bron: Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis (Collectie IAV) © onbekend.

bron: Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis (Collectie IAV) © onbekend.

Uiteindelijk zakten 1136 vrouwen uit 12 landen (waaronder 5 Belgische) af naar de dierentuin van Den Haag om tussen 27 april en 1 mei 1915 het congres bij te wonen. Het hadden er veel meer kunnen zijn ware het niet dat de meeste Britse vrouwen geen reispapieren kregen van de overheid, dat de scheepvaartverbindingen op de Noordzee werden geblokkeerd waardoor de Amerikaanse delegatie net op tijd in Den Haag geraakte én de Duitse regering de meeste geïnteresseerde vrouwen tegenhield. Opvallende afwezigen waren Franse vrouwen. Hun regering weigerde hen te laten deelnemen aan het congres. Ook vrouwen uit Rusland, Servië en Japan waren niet vertegenwoordigd. Toch was het congres uniek. De deelnemers kwamen uit zowel neutrale als strijdende landen. Terwijl zij vergaderden over hoe de oorlog vreedzaam te eindigen, stonden hun mannen en zonen tegenover elkaar op het slagveld.

“De vrouwen, hier bijeengekomen uit neutrale en oorlogvoerende landen, geven zonder enig voorbehoud te kennen dat zij zich één voelen in haar liefde voor beschaving en zedelijkheid. Zij voelen zich gedrongen deze gemeenschappelijke overtuiging kenbaar te maken en voor de verzoening der volkeren te arbeiden.” (Uit de openingsverklaring van het congres)

Door de buitenwereld werd het congres niet positief benaderd. De congresgangers werden als onpatriottisch, zelfs verraders beschouwd. Spreken over vrede zou volgens de mainstream pers de positie van het leger ondermijnen. Een meerderheid van de bevolking, ook van de vrouwen, steunde op dat moment het eigen leger nog.

Resultaten van het congres

Op het congres werden twintig resoluties aangenomen. Eén van de deelneemsters, de Hongaarse Rosika Schwimmer slaagde er in om de rest van het congres te overtuigen dat hun congresbesluiten niet meer indruk bij de diverse regeringen zouden maken dan andere soortgelijke geschriften. Op de slotdag drong ze erop aan om een bijkomende resolutie aan te nemen waarin vermeld werd dat delegaties van deelneemsters de regeringen van zowel neutrale als oorlogvoerende landen zouden bezoeken. “Als onze zonen bij miljoenen worden gedood, laten wij dan tenminste proberen om het goede te doen door naar koningen en keizers te gaan, zonder enig ander gevaar dan een weigering.” Hoewel Jane Addams het voorstel niet ten volle ondersteunde, werd de resolutie toch aangenomen. Meer zelfs, het plan werd effectief uitgevoerd. Nog voor 1 juni 1915 werden 14 regeringen bezocht. Buiten van de Franse regering, kregen de delegaties allen hetzelfde antwoord. De oorlogvoerende landen waren bereid de oorlog stop te zetten als ze een eervolle wijze om de vrede te verkrijgen, konden vinden.

Tot slot werd ook besloten om het werk van het congres in de toekomst verder te zetten in het op het congres opgerichte Internationaal Comité van Vrouwen voor Duurzame Vrede met Jane Addams als voorzitter. Na de wapenstilstand werd dit comité omgedoopt tot de internationale vrouwenvredesbeweging Women's International League for Peace and Freedom. Deze organisatie bestaat vandaag nog altijd.

Meer lezen

  • Posthumus Van Der Groot, W.H. - Vrouwen vochten voor de vrede - RoSa ex.nr.: FIg/278
  • Hicks Stiehm, J. - Champions for peace - RoSa ex.nr.: V3 460
  • Mossink, M. - De levensbrengsters. Over vrouwen, vrede, feminisme en politiek in Nederland 1914 -1940 - RoSa ex.nr.: FII m/304
  • Kramer, A. - Vrouwen en de oorlog – Eerste Wereldoorlog - RoSa ex.nr.: FI m/162
  • Jacobs, A. - Memories - RoSa ex.nr.: S/0318