Susan BrownmillerSusan Brownmiller
Against Our Will. Men, Women and Rape
Middlesex: Penguin Books, 1975. 472 p. 

verkrachting / psychologisch / kinderen / man-vrouwrelaties

RoSa exemplaarnummer FIIIa/0012
Nederlandse vertaling:  Tegen haar wil. Mannen, vrouwen en verkrachting (1989) – RoSa exemplaarnummer FIIIa/0154

Ontmaskering van een fenomeen

“From prehistoric times to the present, I believe, rape has played a critical function. It is no less than a conscious process of intimidation by which all men keep all women in a constant state of fear.”   (p. 15)

cover Against Our WillSusan Brownmiller heeft met haar boek de algemene kijk op verkrachting van vrouwen grondig veranderd. Ze heeft ermee wetgevingen en strafrecht beïnvloed. Brownmiller was de eerste die verkrachting ontmaskerde als een bewust intimidatiemiddel waarmee de man de vrouw voortdurend in angst houdt. Verkrachting is van oudsher een mannelijk privilege. Het is een fundamenteel machtsmiddel van de man tegen de vrouw, de voornaamste uiting van zijn wil en haar angst. Against Our Will was een erg controversieel boek, omdat de auteur àlle mannen schuldig verklaarde.

Susan Brownmiller (°1935) was een Amerikaanse burgerrechtenactiviste en columniste. Tot 1968 was ze TV-journaliste bij ABC. Vanaf 1968 was ze lid van Women’s Liberation Movement.

In 1971 begon ze aan Against Our Will nadat ze een conferentie bijwoonde over verkrachting in New York. Getuigenissen van slachtoffers hadden haar geraakt. De voorbereiding van het boek kostte haar vier jaar. Ze bestudeerde misdaadstatistieken en verslaggeving in de pers. Ze analyseerde de beeldvorming rond verkrachting in films, popmuziek en literatuur. Ze verzamelde massa’s getuigenissen van slachtoffers. Het werd een intens en baanbrekend werk, met een lang nazinderende maatschappelijke impact. In 1995 werd Against Our Will verkozen tot een van de honderd belangrijkste boeken van de twintigste eeuw.

Historische achtergrond

Vanuit haar journalistieke achtergrond brengt Brownmiller verslag uit over de historische plaats van verkrachting in patriarchale culturen. Lange tijd beschouwden wetsgeleerden verkrachting als een eigendomsdelict, waarbij niet de vrouw maar de man het  slachtoffer was, omdat schade toegebracht was aan ‘zijn bezit’. Toen verkrachting als misdrijf opgenomen werd in de wetgeving en zwaar bestraft, bleven juristen argwanend over de onschuld van verkrachte vrouwen.

Vervolgens behandelt Brownmiller de verschillende conflictsituaties waarin vrouwen massaal verkracht worden: oorlogen in Europa en Azië, rellen, pogroms en revoluties in Amerika en Afrika, Indianen en slavernij in Amerika.

Oorlogen

Oorlog is het milieu waarin mannen lucht kunnen geven aan hun minachting voor de vrouw. Dat verkrachtingen in oorlogstijd worden beschouwd als een betreurenswaardig maar niet te vermijden nevenverschijnsel, maakt Brownmiller razend. Het is oneindig veel meer. Verkrachting als oorlogswapen is een symbool van vernedering en onderwerping, een militaire tactiek om de vijand te intimideren en demoraliseren, een represaillemiddel, een terreurwapen.

Rellen, pogroms en revoluties bieden de gelegenheid en het ideologisch excuus tot verkrachten van vrouwen die tot de zondebok-minderheid behoren. Getuigenissen van vrouwen zijn zo schokkend dat men ze liever niet gelooft, tenzij er massaal gelijklopende verhalen opduiken. Vrouwen zijn hoe dan ook verdacht.

 Groepsverkrachting

Een numerieke meerderheid van mannen is op zich al het bewijs van hun wrede bedoelingen en hun wens het slachtoffer niet alleen te vernederen maar ook seksueel te verminken. Anonieme daders voelen zich sterker. Er ontstaat een groepsloyauteit, een onderlinge band. Verklikken is er niet bij, elkaar overtroeven in brutaliteit en minachting voor de fysieke integriteit van de vrouw des te meer.

Moord

Volgens Brownmillers bevindingen vermoorden verkrachters zelden hun slachtoffer, behalve in oorlogstijd, wanneer een mensenleven goedkoop is. Verkrachting is een weerzinwekkend delict dat helemaal niet door zinnelijke losbollen begaan wordt, noch door schuchtere zielen zonder normaal seksleven, noch door een alfaman met onbedwingbare behoefte aan seks. De verkrachter is de gewelddadige bruut die zijn ziedende haat tegen de wereld afreageert op iets wat weinig fysieke weerstand kan bieden: het lichaam van de vrouw. 

En hier komen we bij de kern van Brownmillers betoog. Zonder erbij na te denken doen sommige individuen het vuile werk om de historische missie van de man te volbrengen, namelijk het met geweld bestendigen van de mannelijke dominantie over de vrouw.

“A world without rapists would be a world in which women moved freely without fear of men. That some men rape provides a sufficient threat to keep all women in a constant state of intimidation, forever conscious of the knowledge that the biological tool must be held in awe, for it may turn to weapon with sudden swiftness borne of harmful intent”. (p. 209)

Interraciale verkrachting

In hoofdstuk 7, het meest controversiële van haar boek, behandelt Susan Brownmiller interraciale verkrachting, een erg gevoelige materie in de V.S. Ze nam officiële misdaadcijfers en krantenknipsels door en stelde vast dat die vooral gaan over zwarte mannen die blanke vrouwen verkrachten en over daaropvolgende lynchpartijen en doodstraffen van zwarte daders. Maar ze wou het ook hebben over blanke slavenhandelaars die zwarte slavinnen het recht op kuisheid en huwelijk ontzeggen. Over zwarte mannen die zwarte vrouwen verkrachten. Daarover vond ze geen informatie. Blijkbaar werden die feiten genegeerd in politiestatistieken en kranten. Brownmiller is ervan overtuigd dat waar racisme en seksisme elkaar kruisen, zich per definitie alleen maar gewelddadigheid kan voordoen.

Macht

Brownmiller gaat uitvoerig in op ongelijke machtsverhoudingen, machtsinstituten en gezag. Iedere verkrachting is een vorm van machtsuitoefening, maar sommige verkrachters zijn niet alleen fysiek in het voordeel. Ze opereren binnen een geïnstitutionaliseerde omgeving, een autoritaire hiërarchische structuur die de weerstand en de wil van het slachtoffer ondermijnen. De nood aan fysieke dwang valt weg, want het psychologische overwicht is zo groot dat het slachtoffer te laat beseft dat ze misbruikt wordt.

Verkrachting onder mannen in gevangenissen dient om superioriteit te bewijzen door fysiek en seksueel geweld, om een machtshiërarchie in te voeren. Verkrachting als machtsmisbruik in verpleegtehuizen en psychiatrische instellingen is van dezelfde orde. Verkrachting door de politie onder de bescherming van hun dienstwapen en hun arrestatiebevoegdheid valt daar ook onder.

Verkrachting van kinderen gebeurt vaak binnen de familiale sfeer. Het toedekken van seksueel misbruik van kinderen door verwanten wortelt in patriarchale opvattingen over seksueel eigendom. Die ideeën hebben een stempel gedrukt op de historische geesteshouding van mannen ten opzichte van verkrachting. Brownmiller is ook de eerste die spreekt over verkrachting binnen het huwelijk.

Mythevorming

Vervolgens focust Brownmiller op  de mythevorming rond verkrachting en vaak gedebiteerde gemeenplaatsen zoals:

Alle vrouwen willen heimelijk verkracht worden!
Geen enkele vrouw kan verkracht worden als ze dat niet wil!
Ze vroeg erom!
Als je dan toch verkracht gaat worden, kun je je maar beter ontspannen en ervan genieten!

Zo schuiven verkrachters de schuld af op hun slachtoffer. De meeste mannen geloven die uitspraken ook, zegt Brownmiller. De mannelijke macht is van die aard dat veel vrouwen zo denken. Brownmiller verzucht wanneer ze zegt:

“Do women want to be raped? Do we crave humiliation, degradation and violation of our bodily integrity? Do we psychologically need to be seized, taken, ravished and ravaged? Must a feminist deal with this preposterous question? The sad answer is yes, it must be dealt with, because the popular culture that we inhabit, absorb, and even contribute to, has so decreed.” (p. 313)

Slachtoffers

Susan Brownmiller biedt in haar boek heel wat ruimte voor getuigenissen en ervaringen van verkrachtingsslachtoffers en de reactie van hun omgeving, politie en gerecht. De lezer wordt er niet vrolijk van.

Vrouwen die terugvechten

“Is it possible that there is some sort of metaphysical justice in the anatomical fact that the male sex organ, which has been misused from time immemorial as a weapon of terror against women, should have at its root an awkward place of painful vulnerability?” (p. 404)

In haar laatste hoofdstuk verklaart Brownmiller waarom vrouwen in gevaar het zo moeilijk hebben om de mannelijke agressor lik op stuk te geven. Vrouwen zijn door opvoeding en socialisatie geconditioneerd om niet te vechten of te slaan. Die aangeleerde psychische belemmering zit bij vrouwen ingebakken en verhindert hen om een ander fysiek te raken. Dat zag Brownmiller in trainingscursussen zelfverdediging. Het zit meer in ons hoofd dan in onze zwakke spieren.

“My purpose in this book has been to give rape its history. Now we must deny it a future.” (p. 404)

Meer lezen

Joanna Bourke, Rape. Sex, violence, history (2007) – RoSa exemplaarnummer FIIIa/0204