Jonge jaren
Een actieve communarde
Mythevorming
Meer lezen

Jonge jaren

Louise MichelLouise is de dochter van Marianne Michel, een kamermeisje op het kasteel van Vroncourt, en van Laurent Demahis of van zijn vader, de kasteelheer. De identiteit van haar vader staat niet helemaal vast maar alles wijst in de richting van Laurent. Louise Michel komt ter wereld op 29 mei 1830 in het kasteel waar de Demahis haar opvoeden als hun kleindochter. Ze leert lezen, schrijven, rekenen en piano spelen.

Na de dood van de familieleden Demahis erft Marianne Michel in 1851 wat land, maar dat is onvoldoende om van te leven. Daarom vat Louise studies aan voor onderwijzeres en opent samen met haar moeder een eigen vrije school in Audeloncourt in 1853. Omdat Louise weigert de eed af te leggen aan Keizer Napoleon III, moet ze geregeld naar Chaumont rekenschap gaan geven bij rector Fayet. Ze wordt ervan beschuldigd 'rood', dus republikeins te zijn, wat ze trouwens nooit ontkent. Ze raakt ten slotte goed bevriend met de Fayets.

In 1851 ontmoet ze Victor Hugo in Lagny bij Parijs. Ze stuurt hem haar gedichten en krijgt bemoedigende brieven terug. Wanneer Victor Hugo na de staatsgreep van 2 december 1851 Frankrijk moet verlaten, zet ze de correspondentie met hem verder.

In 1856 gaat Louise les geven in Parijs. Marianne Michel verkoopt in 1865 de geërfde grond en verhuist ook naar Parijs om haar dochter te helpen bij het opstarten van een school op Montmartre.

Louise sluit zich aan bij 'Le droit des femmes', een groep die ijvert voor onderwijs en beter betaalde arbeid voor vrouwen. Ze werkt ook voor de 'Société Démocratique de Moralisation' die de belangen van de arbeiders in de opkomende industrie verdedigt en militeert tegen keizer Napoleon III.

naar overzicht

Een actieve communarde

Tijdens de Commune van Parijs (1870-1871) is Louise Michel legendarisch actief. Ze schrijft poëzie en proza, spreekt regelmatig in de clubs en heeft het schooltje op Montmartre. Ze neemt deel aan de protestbetogingen tegen de capitulatie, neemt het geweer op wanneer er vanuit het stadhuis op hen geschoten werd, luidt op 18 maart in alle vroegte de alarmklokken als de regeringstroepen de kannonen van Montmartre wil recupereren, draagt regelmatig een mannenuniform en neemt als lid van het 61e bataljon deel aan de gewapende strijd. Ze stond bekend als de beste schutter van de slag van Issy.

Louise Michel verzorgt de gewonden, moedigt anderen aan, spreekt enthousiasmerend  over de Commune. Aan het einde van de bloedige week geeft ze zichzelf aan, omdat de troepen van Versailles haar moeder hebben gearresteerd en ermee dreigen die te fusilleren in haar plaats. Op haar proces eist ze voor zichzelf de doodstraf op, ze wordt verbannen naar Nieuw-Caledonië, waar ze werkt als botaniste en een studie maakt van de plaatselijke bevolking. Ze leert er de taal, stelt een vocabularium op en noteert hun liederen en legendes, die ze publiceert als "Légendes et chants de geste des Canaques".

Na de algemene amnestie in 1880 blijft ze rondreizen en spreken op bijeenkomsten als vertegenwoordigster van het anarchisme. Op 9 maart 1883 gaat ze opnieuw voor drie jaar de gevangenis in. Ze schrijft haar ervaringen neer en blijft haar hele leven een vurig pleitbezorgster van de idealen van de Commune. Louise Michel verschijnt in de teksten over haar en in haar eigen teksten als een zeer gedreven vrouw, die uiterst sociaal bewogen was en compromisloos.

naar overzicht

Mythevorming

Dat Louise Michel een formidabele vrouw was, kan moeilijk ontkend worden. In feite was ze méér dan dat en fungeerde ze als een soort embleem van de Commune. Ze was immers niet zo vatbaar voor de bourgeoislaster, omdat de typische kenmerken van de volkse pétroleuse, die verwilderd, mannelijk en oversekst was, niet aan haar konden worden toegeschreven. De conservatieve pers benadrukte het feit dat ze, als bastaard, maar half bourgeoise zou zijn, maar dat nam niet weg dat men haar behalve haar deelname aan de opstand geen immoreel of onfatsoenlijk gedrag in de schoenen konden schuiven. Daardoor kon de mythe die rond haar persoon groeide ook niet zo makkelijk ontkracht worden.

Na haar deelname aan de Commune was ook haar houding op haar proces legendarisch. Ze toonde geen enkele spijt, weigerde zich te verdedigen, verklaarde zichzelf schuldig over de hele lijn en eiste de doodstraf. Ze sprak ook een gegenderde taal op haar eigen proces: “U bent mannen en ik ben maar een vrouw, en toch kijk ik u recht aan.” en “Als u geen lafaards bent, doodt me dan.”

Victor Hugo, een oude bekende van Louise Michel, die ten tijden van de Commune in ballingschap in Brussel verbleef en die zijn eigen asiel zag ingetrokken worden toen hij er openlijk voor pleitte de gevluchte communards asiel te verlenen, schreef als reactie op haar proces een heldendicht. Behalve een grote bewondering voor haar, redt hij ook haar beeld van mogelijk negatieve interpretaties. Het meest bekende vers is wellicht dat men uiteindelijk “de engel doorheen de medusa ” ziet. De felle, gevaarlijke vrouw is slechts de uiterlijke schijn, in wezen blijkt ze een ‘engel ’ te zijn. Dit vers zou een grote rol gespeeld hebben in de vorming van de legende.

In de jaren die volgden werd de mythe steeds verder versterkt en aangevuld. Louise Michel kreeg de bijnaam ‘de rode maagd ’ en ging een beetje fungeren, naast de andere vrouwelijke allegorieën die de Franse iconografie bevolkten. In de symbolische strijd om de betekenis van de Commune, als iets uiterst slechts, of juist uiterst goeds, in de strijd ook om het morele gelijk in de schuldvraag rond het bloedbad, lijkt het zinvol om een vrouw als Louise Michel te mythologiseren; een vrouw die reëel had deelgenomen aan de strijd, maar die in geen enkel opzicht paste in het plaatje van de pétroleuse, een vrouw die gestudeerd had en zich goed kon uitdrukken, maar die ook in nauw contact stond met het volk. Een vrouw als Louise Michel kon het levende bewijs vormen voor de oprechte en gerechtvaardigde gedrevenheid van vrouwen. Zij moet dat zelf beseft hebben en hoewel ze soms twijfels had over de aandacht rond haar als persoon, zocht ze die publieke aandacht wel op om haar goede zaak te bepleiten. Het lijkt ook gerechtvaardigd haar te bewonderen. Paule Lejeune die haar appreciatie niet onder stoelen of banken steekt, looft haar om haar strijd voor sociale rechtvaardigheid.

Maar deze goede mythe heeft ook een prijs. Het beeld dat overblijft in de geschiedenis is opnieuw dat van de enkeling, als uitzondering die de regel bevestigt dat vrouwen over het algemeen niet actief waren en niet autonoom handelden. Louise Michel dreigt een beetje – hoewel dat het laatste zou geweest zijn wat ze wilde – niet langer een vrouw te zijn naast andere vrouwen, maar juist ertegenover, in tegenstelling ermee.

  naar overzicht

Meer lezen

  • DE WEERDT, Denise (e.a.) De Commune van Parijs 1871 in boek en beeld. Brussel: Koninklijke bibliotheek Albert I.1971.vii +96p.
  • Doy, Gen (1995) Seeing and Consciousness: Women, Class and Representation. Oxford: Berg.viii +205 p.+illustraties.
  • Gauthier, Xavière (1998) Une autre Louise Michel. Lettres inédites de la prison d ’Aube rive. In: Lunes, 5, p.31-40.
  • Gullickson, Gay L. (1991) La Pétroleuse:Representing Revolution. In: Feminist Studies, 17(2), p.240-265.
  • Gullickson, Gay L. (1996) Unruly Women of Paris. Images of the Commune. Londen: Cornell University Press. xiii+283p.
  • Histoire de la France contemporaine. 8dln.(1978-1981) Eleinstein, Jean (ed.). Editions Sociales & Livre Club Diderot. Bijdrage: Le “Châtiment ”: de la guerre à la Commune. Dl.3, p.336-363.
  • Horne, Alistaire (1981(1965)) The Fall of Paris. The Siege and the Commune 1870-1871. Middlesex: Penguin Books. 540p.
  • Jones, Kathleen B. & Vergès, Françoise (1991) Women of the Paris Commune. In: Women’s Studies International Forum, 14(5), p.491-503.
  • Lejeune, Paule (1978) Louise Michel, l ’ indomptable. Editions des femmes. 327p.
  • Lissagaray, Prosper-Olivier (1976 (1896)) Histoire de la Commune de 1871. Paris: Maspero. 526p.
  • Michel, Louise (1983 (1905)) Souvenirs et avontures de ma vie. Paris: La Découverte/ Maspero. 437p.
  • Soria, Georges (ed.) (1970-1971) Grande histoire de la commune du centenaire 1871- 1971. 5dln. Livre Club Diderot.
  • Vuillaume, Maxime (1964) La semaine sanglante. Journal d ’un communard (mai 1871). Paris: La Palatine. 271p. (oorspronkelijke uitgave: 1908-1914)

naar overzicht