Elisabeth Van de Vyvere (1865-1944) is de dochter van een Brussels architect. Ze huwt met de landschapsschilder Eugène Plasky. Naar haar wordt echter geen Brusselse laan vernoemd. Toch oogt haar curriculum veel belangwekkender dan dat van haar man. Elise Plasky zal haar leven lang strijden voor de emancipatie van arbeidersvrouwen. Met haar revolutionaire visie op kinderdagverblijven loopt ze een eeuw voorop. Dat aspect van haar engagement wordt hier belicht.

Eerste vrouwelijke arbeidsinspecteur

Elise Plasky

Elise Plasky, ambtenaar bij het Ministerie van Industrie en Arbeid, is de eerste vrouwelijke arbeidsinspecteur van België. Van 1902 tot 1932 is ze aangesteld om de regelgeving op vrouwen- en kinderarbeid te inspecteren. Door haar werk komt ze zowat dagelijks in contact met arbeidsters. Die laten hun baby’s liever achter bij een buurvrouw dan dat ze hen naar de crèche brengen. De crèches zijn ontstaan vanuit filantropie van burgerij en kerk en de moeders vinden het krenkend om daarop een beroep te doen.

In een rapport uit 1909 beschrijft Plasky de resultaten van haar onderzoek van 49 toenmalige kinderdagverblijven, waarvan 17 in Brussel en 8 in Gent. Ze ziet vele gebreken op het gebied van organisatie, toegangsvoorwaarden en missie. In 1910 houdt ze een indrukwekkende toespraak over de sociale rol van kinderopvang. Die visie druist radicaal in tegen het burgerlijke kostwinnersmodel en de traditionele moederschapsideologie van haar tijd : moeders horen aan de haard om hun man en kinderen te verzorgen. Haar emanciperende visie op de kindercrèche, als ondersteuning voor de toegang van vrouwen tot de arbeidsmarkt, staat haaks op de tijdsgeest.

 

Gratis kinderopvang als burgerrecht

Elise Plasky

Voor Plasky is gratis kinderopvang een burgerrecht voor elk arbeidersgezin. Daaruit volgt logischerwijs dat de staat voor elk van de 300.000 arbeiderskinderen een plaats in de opvang moet organiseren, bekostigen en de kwaliteit ervan controleren. Op het moment van haar onderzoek in 1909 zijn er amper 3.500 plaatsen in 51 geregistreerde crèches. Die hangen af van liefdadigheidswerk van burgerdames, die hun eigen toegangsregels stellen. Kinderopvang is voor de leidende klasse ook een middel om de sociale orde in stand te houden en opstand van de paupers te voorkomen door hun kinderen in leven te houden. De katholieke kerk beschouwt kinderdagverblijven als een noodzakelijk kwaad. Ze nemen de taak over van onwaardige moeders die enkel uit zouden zijn op materiële luxe ten koste van hun kinderen.

Dat alles bevalt Elise Plasky absoluut niet. Werkende moeders verdienen respect, geen liefdadigheid. Kinderopvang is niet enkel een beloning voor wie zich sociaal conformeert aan de normen van kerk en burgerij. Crèches zijn geen noodzakelijk kwaad voor ontaarde moeders, maar een dienstverlening aan werkende vrouwen. Kinderopvang moet absoluut laagdrempelig zijn, er mag geen selectie plaatsvinden en er mag zeker geen afschrikkende ouderbijdrage aangerekend worden. Plasky verwijst naar het unieke voorbeeld van de stad Luik waar sinds 1879 gratis kinderopvang is voor alle arbeidersgezinnen, met gekwalificeerd personeel en geregeld inspectie.

Er is ook veel wantrouwen van de burgerij over de capaciteiten van de arbeidersklasse om kinderen groot te brengen. Wetenschappers leggen bovendien een verband tussen buitenshuis werkende moeders en kindersterfte. Met de ondermaatse lonen en erbarmelijke levensomstandigheden van de arbeidsters houden zij geen rekening. In de crèches ligt de nadruk op medisch gerichte kinderverzorging, lichaamshygiëne en gezonde voeding. Plasky is van oordeel dat kinderopvang geen medische dienst moet zijn ter preventie van kindersterfte, het moet vooral een warm nest zijn, een pedagogische omgeving met een duidelijk educatieve taak. Daarom pleit ze er ook voor om kindercrèches te beschouwen als een uitbreiding van het onderwijs. Bijgevolg zijn oprichting, financiering en toezicht een taak voor de overheid. Zuigelingenraadplegingen mogen aan crèches verbonden zijn, maar moeten na de werkuren plaatsvinden zodat werkende moeders er ook naartoe kunnen. De crèche is voor Elise Plasky geen noodoplossing maar een instrument voor de emancipatie van de werkende vrouw.

Bronnen

  • In verzekerde bewaring. Honderdvijftig jaar kinderen, ouders en kinderopvang / Michel Vandenbroeck, 2004 - RoSa-ex.nr.: DII6m/0004
  • Crise économique et Travail féminin / E. Plasky, 1935 - RoSa-ex.nr.: EII a/0135