Hélène Mercier, Amsterdam 17 oktober 1839  - Amsterdam,  1 februari 1910


Hélène Mercier, 1839-1910De subcommissie voor het centrum der stad, voor de achterbuurten in de zeer onregelmatig gebouwde kom van oud-Amsterdam, vond alle aanleiding om zich tot het haar opgedragen onderzoek naar den aldaar bestaanden bouwtrant te bepalen. Zij had zich daar letterlijk heen te werken door een bijna onontwarbaar kluwen van sloppen en gangen en binnenpleintjes; alle in diep vervallen, onbewoonbaren staat verkeerend en niet te min dicht bewoond. Overal ingezakte goten, mest- en vuilnishoopen, stank; krotten, waar nooit een zonnestraal kan binnenvallen en luchtverversching onmogelijk is, omdat ze aan alle zijden zijn ingesloten door de hooge huizen der winkelstraten en der Burgwallen, waarachter zij verscholen liggen. Kortom een toestand van verwording en vervuiling, waarvoor deze subcommissie slechts één middel tot grondige verbetering wist aan te geven, n.l. afbraak van alles, waarmee de oorspronkelijke open ruimten in deze wijken zijn volgebouwd.
 
Uit: ‘De volkshuisvesting te Amsterdam.’ In: De Gids. Jaargang 69 (1905) p. 101

Biografie

Helena Mercier werd geboren in een Nederlands-hervormd gezin, als zesde van acht kinderen.  Haar moeder, Francijntje Fonger, was huisvrouw, haar vader Carel Eduard Mercier was verzekeringsmakelaar. Toen hij in 1854 ziek werd verdween de welstand en moest de 15-jarige Hélène van school om te helpen in het huishouden, wat haar buitengewoon frustreerde. In 1861, ze was toen al 22, begon ze aan een avondstudie onderwijzeres. Doordat ze van 1864 tot 1869 ziek was, maakte ze haar opleiding niet af. Hélène bleef ongehuwd. Ze woonde heel haar leven bij haar zus Elise en kreeg af en toe geld toegestopt van haar broers, wat voor haar een haast onverdraaglijk affront was. Als sociaal-liberaal geloofde Mercier in individueel empowerment en zelfredzaamheid van vrouwen in plaats van ze afhankelijk te houden van liefdadigheid.

In 1870 werd haar belangstelling voor de vrouwenemancipatie gewekt en schreef ze haar eerste artikels in Onze Roeping, het feministische blad opgericht door Betsy Perk. Daarin uitte ze haar verontwaardiging over het gebrek aan opleiding en vorming van burgermeisjes, die tot een leeg leven veroordeeld waren en zelfs tot armoede indien ze niet trouwden. Onbemiddelde vrouwen moesten een beroep leren om in eigen onderhoud te kunnen voorzien. Vrouwen van stand moesten een degelijke opleiding krijgen die hen klaarstoomde voor een zinvolle job, liefst in het maatschappelijk werk. Het vrouwenstemrecht vond ze een goed idee, maar eerst moesten vrouwen uit hun cocon van onwetendheid en gedwongen nietsdoen gehaald worden.tekstfragment "Het tehuis van Amsterdamse burgers", p119.

Hoewel Mercier zich inzette voor de vrouwenkwestie was ze niet te vinden voor georganiseerd engagement binnen de vrouwenorganisaties. Ze was van oordeel dat vrouwen en mannen moeten samenwerken om stap voor stap de maatschappelijke problemen op te lossen. Mercier sloot zich ook niet aan bij het opkomende radicale socialisme. Ze was tegen de klassenstrijd en pleitte voor een positieve wisselwerking tussen de sociale klassen. Ze was een aanhanger van de Brit Toynbee, voor volksverheffing van de arbeidersklasse door contacten met de burgerij. Zij pleitte voor een professionalisering van sociaal werk, zonder zedeprekerij of zieltjeswinnerij.

Meer lezen:

Hélène Mercier -  DBNL

Mercier (Helena) - Vrouwenlexicon

Hélène Mercier - Canon Sociaal Werk

Mercier, Helena - Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland

Een heilige van de moderne tijd. Hélène Mercier en de morele grondslagen van het maatschappelijk werk in Nederland / S. Dudinck (1999) - pdf

Oeuvre

Hélène Mercier begon rond 1870 te publiceren in Onze Roeping, Orgaan voor de Nederlandsche Vrouw. Onder het pseudoniem Stella schreef ze over sociale verbetering, het feminisme en het maatschappelijk werk.

In haar bundel Verbonden Schakels (1889), met artikels verschenen tussen 1878 en 1888  in Vragen des Tijds en het Sociaal Weekblad, pleitte Mercier voor een betere opleiding voor vrouwen. 

Mercier was een gezaghebbende stem in de eerste feministische golf. Haar schrijven stond in dienst van haar sociaal engagement en had geen literaire bedoeling. Haar teksten waren nuchtere verslagen, nauwkeurige en beeldende beschrijvingen van diverse sociale wantoestanden. Ze schreef veel over de ellendige woonsituatie van de arbeidersklasse waarmee ze geconfronteerd werd toen ze samen met de arts Aletta Jacobs op pad ging door de verpauperde arbeidersbuurten van Amsterdam.  Haar rapporten over het woningvraagstuk maakten indruk en stoffeerden de discussies die uiteindelijk leidden tot de Woningwet van 1901. Mercier introduceerde in Nederland de methode van Octavia Hill, die in Londen het beheer van arbeiderswoningen door woningopzichteressen liet uitvoeren.

Thans kom ik tot het morgenlicht, dat wij vrouwen vooral met ingenomenheid hebben begroet: het optreden van de vrouw van beschaving en ontwikkeling als woningopzichteres. [...] Intusschen mag worden verklaard, dat er tegenwoordig in de amsterdamsche achterbuurten meer dan een huismoeder is te vinden, die in haar, die wekelijks haar huur komt innen, een vertrouwde, een raadsvrouw, een steun en toeverlaat in dagen van kommer en leed heeft gevonden, en die door haar omgang met deze in zooveel ruimer levenssfeer dan zij zelve verkeerende vrouw van lieverlee haar gedachte en gezichtskring heeft zien verwijden. [...] En de woningopzichteres zelve? Wat heeft zij aan de door haar gekozen levenstaak te danken? Ten eerste: een zóó juist inzicht in de beteekenis, die het woningvraagstuk voor het arbeidersgezin heeft, dat zij voortaan als de meest betrouwbare gids mag worden beschouwd voor allen, die zich met dit vraagstuk bezighouden...
Fragment uit Mercier, ‘De volkshuisvesting te Amsterdam.’ In: De Gids. Jaargang 69 (1905) p.126-127

Mercier legde de link tussen sociaal onrecht en de zwakke  maatschappelijke positie van vrouwen. In haar artikel Op den drempel van het maatschappelijk leven uit 1885 stelde Mercier dat vrouwen zich alleen met een degelijke kennis van de maatschappij aan sociaal werk moesten wijden. Dat inspireerde Maria Geertruida Lulofs tot de oprichting van de eerste sociale school in Nederland, het Opleidingsinstituut voor Sociale Arbeid, in 1899. Mercier bedankte voor de post van directeur om gezondheidsredenen. De opleiding moest inzicht geven in sociale verhoudingen en respect voor andere levensovertuigingen en leefstijlen bijbrengen. Respectvolle armenzorg stond centraal. 

Enkele titels:

Erkenning en prijzen

Voor haar verdiensten op sociaal gebied werd Mercier in 1896 ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Meer lezen

Inge de Wilde, Bibliografie Helene Mercier 1839-1910 (Groningen, 1985)

Els Kloeck e.a., Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis, 1983 - RoSa exemplaarnummer FIIm/0121