Baas in eigen boerka: van Koran tot girlpowerBaas in eigen boerka: van Koran tot girlpower
Rob Vreeken.

Amsterdam: J.M. Meulenhoff, 2010. –  317 p. 
ISBN 978 90 290 8659 2

RoSa exemplaarnummer FII g/0886

RoSa bespreekt…Baas in eigen Boerka: van Koran tot girlpower

Als vrouw in de islamitische wereld ben je de klos. Daarvan getuigen toch de nieuwsberichten uit deze gebieden. Het beeld dat we van de vrouw in moslimlanden krijgen is er vooral een van slachtofferschap en uitzichtloosheid.  Vrouwen worden er ernstig achtergesteld op de arbeidsmarkt en uithuwelijking is er geen uitzondering. We horen vooral over hen in de gruwelijke context van eerwraak, steniging, vrouwenbesnijdenis. Het verminkte gezicht van de Afghaanse Aisha en de beeltenis van de Iraanse ter dood veroordeelde Sakineh staan nog vers in het geheugen. In geen geval wil Volkskrantjournalist Rob Vreeken deze onrechtvaardigheden ontkennen. Maar hij nuanceert en laat ons ook kennismaken met een andere, meer hoopgevende kant van het verhaal.

In zijn reportagereizen door de islamitische wereld ging Vreeken praten met honderden vrouwen om erachter te komen hoe zij zich emanciperen en hoe zij denken over vrouwenrechten. Vreeken kreeg voor zijn reportages over moslimvrouwen de European Journalist Award for Excellence in Journalism. Baas in eigen boerka is de neerslag van zijn ontmoetingen in acht islamitische landen: Dubai, Senegal, Gambia, Afghanistan, Jordanië, Bangladesh, Iran en Indonesië. De wetten, tradities en wijzen van godsdienstbeleving variëren zo sterk tussen en binnen die landen dat Vreeken waarschuwt voor algemene uitspraken over de status van de moslimvrouw.
Bovendien wordt de positie van vrouwen volgens Vreeken niet in de eerste plaats bepaald door religie, maar vooral door economische, politieke, demografische en culturele factoren. Religie is dan slechts één van die culturele factoren. Moslimlanden hebben immers niet het alleenrecht op het achterstellen van vrouwen. Denk aan de uitbuiting en de uithuwelijking van vrouwen in het grotendeels hindoeïstische India, het ontstellende verkrachtingscijfer in het overwegend christelijke Congo en Ethiopië, of de rolpatronen in het Westerse gezin van de jaren ’50. Toch is de tweederangsrol voor vrouwen dieper geworteld en opvallender in moslimculturen dan elders.

Zeker, Vreeken sprak met mishandelde, geterroriseerde vrouwen, kindbruidjes en andere slachtoffers. Maar hij zag ook zaken die hoopvol stemmen. Het aantal moslimmeisjes dat naar school gaat en hoger onderwijs volgt is in deze landen sterk toegenomen. Door een groter gebruik van anticonceptiva zijn gezinnen in moslimlanden opvallend kleiner geworden, wat de zorglast van moeders vermindert. Bovendien is het voor meer vrouwen mogelijk geworden om in het eigen levensonderhoud te voorzien. Vreeken sprak met vrouwen die werk maken van emancipatie: van individueel verzet tot grootschaliger initiatieven. Hij ontmoette vrouwelijke taxichauffeurs, studentes, arbeidsters, zwaar gesluierde zakenvrouwen en ook moslimfeministes die zich baseren op Koranteksten om te strijden voor meer gelijke kansen. Hij praatte met enthousiaste vrouwen zoals Fatima, die als één van de eerste vrouwen in de Verenigde Arabische Emiraten was gaan studeren en nu aan het hoofd staat van een universiteit. Zoals Laila, een vrouw in Jordanië die haar eigen loodgietersbedrijf runt ondanks zeer conservatieve familiewetten. Of het verhaal van een groep Senegalese vrouwen die hele dorpen wisten te overhalen om de eeuwenoude traditie van meisjesbesnijdenis af te schaffen. Van Indonesië tot Jordanië en van Afghanistan tot Senegal houden islamitische vrouwen er hun eigen visies op na. “Zij hebben de politieke islam tegen, maar het tij van de maatschappelijke verandering mee”, besluit Vreeken.

Het jarenlang verzamelen van deze getuigenissen stelt Vreeken in staat een behoorlijk gedetailleerd beeld te schetsen van de positie van de vrouw in de besproken landen. Hij situeert de individuele verhalen in ruimere  contexten en evoluties, die hij onderbouwt met internationale rapporten. Achterin het boek vind je een korte lijst met deze relevante studies.
Meermaals citeert Vreeken de Iraanse feministe Valentine Moghadam: “De status van vrouwen in islamitische samenlevingen is noch uniform, noch onveranderlijk, noch uniek”. Door de heel uiteenlopende aard van de getuigenissen slaagt Vreeken erin deze uitspraak aan te tonen in de praktijk. Er is dus hoop voor moslimvrouwen die nieuw terrein willen veroveren.