Recht en gender in BelgiëRecht en gender in België.
E. Brems, L. Stevens.

Brugge: Die Keure, 2010. - 266 p.-

ISBN 978-90-4860-853-9

RoSa exemplaarnummer  FII c/0147

RoSa bespreekt…Recht en gender in België. E. Brems, L. Stevens.

Recht en Gender in België analyseert het recht dat van toepassing is op thema’s die door het feminisme als vrouwonderdrukkend en heteronormatief ontmaskerd werden. De diverse bijdragen in de bundel werpen een verhelderend licht op de verantwoordelijkheid van de rechtspraktijk en juridische teksten bij het construeren en in stand houden van genderstereotypen en bekijken hoe het beter kan.

Verwacht geen saaie opsomming van wetteksten, wel een afwisselend stel verhalende essays, gelardeerd met praktijkvoorbeelden. Dit is een boek dat elke student rechten of criminologie op zijn werktafel moet hebben liggen. Het is vooral ook een inspirerend werk voor wie vanuit een genderperspectief aan rechtswetenschap wil doen.

De redacteurs geven ruimte aan een brede waaier van juridische disciplines: institutioneel en sociaal recht, strafrecht en familierecht, asiel- en vreemdelingenrecht, Europees recht en de rechtspraak van het EHRM. Brems en Stevens laten daarbij elf andere juridische experts aan het woord die, elk vanuit hun eigen specialisme, een variatie aan genderbenaderingen van het recht aantonen.

We wijzen fragmentarisch op enkele aandachtspunten:

Dirk Heirbaut behandelt de geschiedenis van het vrouwen(on)recht van Napoleon tot vandaag. Naarmate de vrouwenbeweging haar oorspronkelijke programma van gelijkberechtiging voor de wet realiseerde, zorgde de maatschappelijke praktijk voor grotere problemen dan de wetgever.

Patrick Humblet belicht de dubbelzinnigheid in de motivering van het invoeren en afschaffen van het verbod op nachtarbeid voor vrouwen en de wisselwerking met supranationaal recht.

Liesbet Stevens
legt uit dat het seksueel strafrecht lacunes vertoont omdat die wetgeving niet sekseneutraal is.

Paul Borghs
gaat dieper in op de heteronormativiteit in het Belgische recht. Heteroseksualiteit is de norm van waaruit iedereen beoordeeld wordt. Hij beschrijft de evolutie van het burgerlijk huwelijk en het afstammingsrecht en de koppeling tussen de twee. Het burgerlijk huwelijk en de adoptie zijn in de Belgische wetgeving al geslachtsneutraal. Op vlak van juridische afstammingsbanden is die neutraliteit er nog niet.

Liliane Versluys stelt pragmatisch: “Voor je scheiding is trouwen beter dan samenwonen”. Ze bewijst dit aan de hand van cijfers. Versluys pleit ervoor dat koppels vooraf duidelijke afspraken maken over werk en inkomen, woonst en opvoeding, en om die afspraken aan te passen als haar/zijn situatie verandert. Liefde gaat niet dood door gesprekken over geld en goederen.

Philippe Gérard en Floris Parrein
bestuderen de rol van gender in het Belgische vreemdelingenrecht. Gender in de ruime zin heeft ook betrekking op seksuele geaardheid en op de opvattingen over de aard van het ouderschap, transseksualiteit en geslachtsspecifiek geweld, inclusief genitale verminking van vrouwen. De auteurs leggen de vinger op de pijnpunten bij gendergerelateerde asielaanvragen vanwege vrouwen en illustreren die aan de hand van praktijkgevallen.

Patricia Popelier bekijkt de juridische implicaties van genderquota in de besluitvormingsorganen van overheidsinstellingen.

Eva Brems en Saïla Ouald Chaib buigen zich over het genderdiscours in de debatten rond een hoofddoekverbod op Vlaamse scholen en een niquaabverbod in Belgische straten. Uit hun analyse van getuigenissen en parlementaire debatten blijkt een gebrek aan aandacht voor de autonomie van de islamitische vrouw en een gebrek aan erkenning van een meervoudige discriminatie.

Petra Foubert vraagt zich af of bevallingsverlof een zegen of vloek is voor vrouwen op de arbeidsmarkt. Ze focust op de voorgestelde zwangerschapsrichtlijn van de Europese Commissie en het op vaderschapsverlof.

Alexandra Trimmer
richt haar pijlen op de structurele marginalisering van vrouwen op basis van genderstereotypen. Ze bespreekt de gemengde verdiensten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens als het gaat om het inlassen van een genderperspectief in zijn uitspraken. Hoe kan het beter? Door de feitelijke rol van genderstereotypen eerst te benoemen en ze daarna in de jurisprudentie te bestrijden.

Rikki Holtmaat onderzoekt welke bijdrage het gelijkheidsbeginsel heeft geleverd aan de verbeterde rechtspositie van vrouwen. Ze pleit voor het ontmaskeren van de gendergeladenheid van het recht en voor de uitbouw van een Ander Recht op basis van het CEDAW.