Brownhill, Simon; Warin, Jo & Wernersson, Inga (Eds.)
Men, masculinities and teaching in early childhood education.
International perspectives on gender and care

London: Routledge, 2015. 144 p.

gender / basisonderwijs / leraren / mannen / pedagogie / gelijke kansen / mannelijkheid / identiteit / sport / overheidsbeleid / zweden / verenigd koninkrijk / verenigde staten / indonesië / japan

RoSa exemplaarnummer: DII 3a/0309

men masculinities and teaching bookcover‘Men, masculinities and teaching in early childhood education’ werpt een kritische blik op de samenvloeiing van de drie concepten uit de titel. Het boek focust op het wereldwijd terugkerende fenomeen betreffende zorg en onderwijs: mannen zijn er nog steeds een minderheid. Heeft een grotere betrokkenheid van mannen in onderwijs en zorg voor jonge kinderen een positieve impact op de genderverhoudingen van toekomstige generaties? Dat is de centrale vraag. Daarnaast stellen de auteurs zich ook de vraag wat mannen tegenhoudt om in het kleuteronderwijs aan de slag te gaan.

Het boek is opgedeeld in drie grote delen: (I) beleid, wetgeving en perspectieven, (II) jonge kinderen: gender, leren en zorg en (III) gegenderde professionele identiteiten en praktijk. In deel I gaan diverse auteurs in op de vraag of er nood is aan meer mannen in het kleuteronderwijs. Wat is de impact  – of kan die zijn - van mannelijke rolmodellen en wat kan een meer genderbewuste aanpak betekenen voor de klaspraktijk. Twee Zweedse, een Engels en een Amerikaans initiatief worden als voorbeelden aangehaald. In deel II ligt de focus op de lespraktijk met kinderen zelf. Hoe pak je gender als topic aan bij kinderen? Hoe ervaren kinderen dat hele ‘genderverhaal’? Welke impact hebben de normen en waarden van leerkrachten op gelijke kansen voor meisjes en jongens in het onderwijs? Deel III tot slot, heeft ‘de man in de zorg’ als centraal thema. Hoe geven de mannen actief in dit veld hun zorgende identiteit vorm? Met welke normen en obstakels krijgen zij te maken? Welke impact heeft de focus op ‘man’ en ‘mannelijk’, bijvoorbeeld in relatie tot een onderwerp als sport en op de idealen die we jonge kinderen meegeven?

De auteurs die hebben bijgedragen aan het boek zijn allen onderzoekers in het vakgebied van vroegschoolse educatie.

Het debat rond mannen in het kleuteronderwijs uitgediept

Belangrijk in deze publicatie zijn niet meteen de antwoorden, maar eerder de uitdieping van het debat. Wat speelt er nu allemaal? Welke aspecten zijn belangrijk in het zoeken naar manieren om een loopbaan in het kleuteronderwijs aantrekkelijker te maken voor meer mannen? Waar is nood aan en wat werkt juist niet? Daarbij worden (deels) onbeantwoorde en fundamentele vragen met betrekking tot mannen, mannelijkheid en vroegschoolse educatie en zorg niet uit de weg gegaan. Niet alle vragen worden (volledig) beantwoord, maar de problematiek wordt naar voor geschoven en het debat errond wordt aangewakkerd. Aan bod komen bijvoorbeeld:

  • de vraag rond de blijvende terughoudendheid van mannen om zich in vroegschoolse educatie en zorg te engageren;
  • de invloed van de media op zowel mannen om voor zorg kiezen als op het grotere publiek dat vaak nog terughoudend is ten opzichte van een mannelijke leerkracht voor de kleuterklas;
  • de vaak heersende angsten over ‘gevaarlijke mannen’ (“ze gaan aan mijn kinderen zitten”) en de link met homofobie (“zorgende mannen zullen wel homo’s zijn en die wil ik niet bij mijn kinderen” “als ik deze richting uitga, zullen ze denken dat ik homo ben”).

Rode draad doorheen het boek is de kritische benadering van het ‘mannelijke rolmodel argument’. Er worden alternatieve perspectieven en suggesties aangeboden waarbij steeds de wens centraal staat om tot een maatschappij – en dus ook klas- en schoolpraktijk – te komen waarin de nadruk op stereotiepe verschillen en verwachtingen over gender veel lager ligt dan dat nu het geval is. Een praktijk waarbij jongens en meisjes, mannen en vrouwen, niet beperkt worden door rigide visies en verwachtingen van wat ‘aanvaardbaar’ is voor de ene of de andere groep.

Een klas- en schoolpraktijk zonder stereotiepe verwachtingen

De visie van het boek kunnen we alleen maar toejuichen, namelijk: een maatschappij en klas- en schoolpraktijk verwezenlijken waarbij de kracht van genderstereotypen en daaraan gelinkte verwachtingen weggenomen wordt, zodat alle jongens en meisjes, mannen en vrouwen zich ten volle, zonder gendergerelateerde beperkingen kunnen ontplooien tot de mensen die zij wensen te zijn. Vanuit deze droom reflecteren de auteurs op het huidige beleid en op recent ondernomen acties. Op basis van deze reflecties worden voorstellen gedaan hoe we in de toekomst een effectieve transformatie kunnen laten plaatsvinden naar die beoogde maatschappij waarin de impact van ‘gender’ teniet gedaan wordt. De problematiek rond mannen en mannelijkheid in het kleuteronderwijs wordt hierbij als casestudy aangehaald om een bredere maatschappelijk probleem aan te kaarten: de strikte opdeling in mannen- en vrouwenzaken.

Een mix aan onderling verbonden (f)actoren

Een grote plus aan dit boek is dat de auteurs zich bewust zijn van het feit dat het gebrek aan mannen in het kleuteronderwijs niet te wijten is aan één heel duidelijk omlijnd iets. Meerdere factoren en actoren spelen een rol. Een discussie over mannen in het onderwijs kan dan ook niet gevoerd worden zonder een besef van de verbondenheid van en de veelheid aan (f)actoren. De lezer die op zoek is naar concrete antwoorden en actieplannen blijft op het einde echter een beetje op zijn honger zitten. Dit is een rechtstreeks gevolg van het feit dat het boek zich niet beperkte tot het uitdiepen van één van deze (f)actoren, maar de vele diverse (f)actoren heeft trachten te achterhalen en blootleggen. Wie echter op zoek is naar deze achterliggende (f)actoren – en de impact die ze hebben op het debat - is met dit boek aan het juiste adres.