Linda Knobbe
Leraren en... competenties: een klas vol jongens en meisjes
Amersfoort: Kwintessens, 2012. 122 p.

onderwijs / basisonderwijs / leraren / meisjes / jongens / gender / leerprocessen / didactiek / man-vrouwverschillen / socialisatie / stereotypering / Nederland / leermiddel

RoSa exemplaarnummer DII 3f/0164

leraren en competenties - Linda KnobbeLeraren en… competenties: een klas vol jongens en meisjes is een handleiding voor leerkrachten die genderbewust voor de klas willen staan. In deze handleiding gaat Linda Knobbe dieper in op het genderprobleem in het huidige onderwijsveld. Daarbij focust ze niet op één theorie maar reikt ze verschillende standpunten aan. De nadruk ligt dan ook niet op pure informatie-overdracht, maar op het ontwikkelen van sensitiviteit ten aanzien van meisjes en jongens. Hoe denk ik na over meisjes en jongens? Hoe benader ik kinderen in mijn klas? Benader ik meisjes en jongens anders? Het boek richt zich voornamelijk tot leerkrachten actief in het basisonderwijs, maar beperkt zich daar niet toe. Ook voor ouders, opvoeders en leerkrachten actief in het secundair onderwijs biedt deze leidraad voldoende houvast.



Een genderhandleiding in het Nederlands!

Het boek is een Nederlandse uitgave, maar kent een zeer gemakkelijke vertaling naar andere onderwijscontexten. Als een van de weinige Nederlandstalige publicaties gaat dit werk op een zeer toegankelijke doch onderbouwde wijze dieper in op de achterliggende mechanismen die meisjes en jongens nog steeds in heel erg stereotiepe hokjes verdelen. Gelijktijdig krijgt dat ook een praktische vertaling voor leerkrachten over hoe ze bewust(er) kunnen worden van hun eigen vooroordelen. Ook krijgen die leerkrachten hulpmiddelen aangereikt hoe ze (pro)actief met dit alles aan de slag kunnen gaan in de klas.

Het boek wil leerkrachten stimuleren om de kansengelijkheid voor jongens en meisjes te verhogen. Daartoe biedt het de nodige tools.

Een diversiteit aan tips en tools voor de eigen praktijk

Leraren en... competenties: een klas vol jongens en meisjes tracht de lezer wegwijs te maken in de veelheid aan informatie over ‘hoe les te geven aan meisjes en jongens’ die er beschikbaar is . De auteur reikt bij elke probleemstelling diverse concrete mogelijkheden aan om met de ‘genderproblematiek’ om te gaan – zonder al te veel te oordelen over de aangeboden opties. Er is veel openheid voor de lezer om zelf tot een conclusie te komen. Dit houdt de auteur echter niet tegen één rode draad te handhaven doorheen de diverse hoofdstukken en opinies:

“…er is vooral heel veel overlap tussen jongens en meisjes, de verschillen die er zijn, zijn kleiner en vallen in het niet bij de individuele verschillen binnen de seksen.”

De focus doorheen het boek ligt – in tegenstelling tot heel wat andere publicaties - niet op het opsommen van een eindeloze reeks theoretische achtergrondinformatie en onderzoeken, maar op de reflectie van de lezer zelf. Wat is herkenbaar? Hoe denk je er zelf over? Hoe kan je er als leerkracht heel concreet mee aan de slag? Soms heb je dan ook het gevoel dat er enige conceptualisering ontbreekt, maar voor zij die daar echt nood aan zouden hebben, wordt in het boek voldoende verwezen naar organisaties, auteurs en onderzoeken.

Het boek bestaat buiten de inleiding, uit vier grote hoofdstukken en een aantal praktische bijlagen. 


In hoofdstuk 1 ‘Zoek de verschillen’ wordt de blik gericht op het onderwijsveld: Welke rol spelen verwachtingen die we over meisjes en jongens hebben in het onderwijs? Wat wordt er allemaal beweerd over (verschillen tussen) jongens en meisjes? Hoe wordt omgegaan met deze bevindingen? In hoofdstuk 2 ‘Juffen en meesters, vaders en moeders’ staat socialisatie centraal: hoe leren jongens jongens te zijn en meisjes meisjes? Er is aandacht voor stereotypering, de impact van verwachtingen op hoe we iets bekijken, en de verschillende niveaus waarop socialisatie plaatsvindt. Meteen wordt ook de vertaling gemaakt naar hoe dit zijn neerslag kent in leermiddelen, naar verwachtingen van leerkrachten, naar verschillende manieren van interactie in de klas en naar de diversiteit aan lesmethoden die worden toegepast. Er worden ook telkens tips voorzien om - en hoe - met dit alles om te gaan. Hoofdstuk 3 ‘Wiskundemeisjes en talenjongens’ gaat dieper in op verschillende leer- en onderwijsstijlen en oogt daardoor iets theoretischer. Bedoeling is om houvast aan leerkrachten te bieden. In hoofdstuk 4 ‘Lessen voor jongens en meisjes’ worden tot slot tips en tricks verzameld over hoe om te gaan met diversiteit in de klas. Hoe ga je als leerkracht genderbewust aan de slag? Algemene tips worden afgewisseld met praktische voorbeelden. Een pluspunt van dit laatste hoofdstuk is dat er voldoende aandacht is voor de bestaande realiteit op school. Meisjes en jongens leven immers niet in een vacuüm. Ze hebben reeds een proces aan socialisaties achter de rug en worden ook buiten de schoolmuren beïnvloed

Dit laatste hoofdstuk (alsook een groot deel van hoofdstuk 2) leunt sterk aan bij de visie van RoSa’s eigen onderwijswerking www.genderindeklas.be. Vooral de visie waarop het boek steunt, is toe te juichen. Leerkrachten leren heel concreet hoe ze de aangeboden kennis kunnen omzetten naar de lespraktijk, zonder daarvoor eerst een overvloed aan informatie te moeten doornemen. De focus ligt steeds op de eigen ervaring van de lezer.

En verder...

In de bijlagen vindt de lezer een vragenlijst voor leerkrachten en een vragenlijst voor leerlingen. De derde bijlage is een suggestielijst met (lees)boeken om te gebruiken in de klas. Jammer genoeg wordt bij bepaalde boeken te weinig duiding gegeven . Het is niet altijd duidelijkhoe en wanneer je met dit (lees)materiaal aan de slag kan in de les. Het opnemen van ‘Een echte jongen’ en ‘Een echt meisje’ is echter een brug te ver . Meisjes en jongens worden er  heel stereotiep geportreteerd, wat an sich al de genderbewuste klaspraktijk ondermijnd. Gelukkig is dit één van de weinige uitschuivers in dit boek.

Dit boek vormt een praktische en vooral bruikbare handleiding voor alle pedagogische actoren in Nederland, Vlaanderen – en daarbuiten - die kansengelijkheid voor álle jongens en álle meisjes onderschrijven. Met 122 pagina’s en de afwisseling tussen theorie, achtergrondinformatie, reflectiemomenten en praktisch bruikbare voorbeelden voor op school, is het boek er ook voor diegene die liever niet uren aan een stuk aan een boek gekluisterd zitten. Aan de slag er mee dus!