Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw was het keizerrijk China verwikkeld in een complexe geopolitieke situatie. Middenin dit kluwen bevond zich een vrouw, die dankzij haar intelligentie een plaats aan de top wist te veroveren. Deze vrouw stond bekend als de Keizerin-weduwe Cixi.

De Keizerin
Jung Chang
Amsterdam: Meulenhoff Boekerij, 2013
RoSa exemplaarnummer: T/1276

Jung Chang, De KeizerinJung Chang – de wereldberoemde auteur van ‘Wilde Zwanen’ – heeft opnieuw een biografie geschreven, ditmaal over deze uitzonderlijke Keizerin. Het boek biedt tevens een uitgelezen kans om een stuk politieke geschiedenis van China te leren kennen.

Doel van deze biografie? Eerherstel. Cixi is namelijk door 20e-eeuwse Chinese historici (en politici) zwaar beschimpt geweest. Men noemde haar een moordenares en ze kreeg de schuld van alles wat fout gelopen was in het grote China. De machthebbers die na haar kwamen, erfden naar eigen zeggen een land in chaos en verval. De auteur wil echter aantonen dat dergelijke opportunistische visie op de geschiedenis vooral het eigen wanbeleid moest verdoezelen.

Cixi’s groeiende macht

Cixi was aanvankelijk geen keizerin. In feite was ze maar één van de vele concubines van keizer Xianfeng. Daarenboven had ze binnen de harem een lage rang. Hoe was het dan mogelijk dat zij toch keizerin werd en later zelfs de facto staatshoofd?

Het is een merkwaardig verhaal. Zodra ze concubine werd, schikte ze zich naar een leven binnen de paleismuren. Toen ze in 1856 een zoon ter wereld bracht, steeg ze in aanzien. Ze had immers een mogelijke erfgenaam gebaard, iets waar de échte keizerin – Zhen genaamd – niet in geslaagd was. Afgunstig was die laatste echter niet en de twee vrouwen werden vriendinnen voor het leven. Deze band zou bepalend zijn voor het rijk.

Keizer Xianfeng liet vanop zijn sterfbed (1861) een decreet uitvaardigen waarin hij een Raad van regenten aanduidde, die in naam van zijn 5-jarige erfgenaam (Cixi’s zoon) zou regeren. Cixi en Zhen meenden dat de macht zo bij de verkeerde mensen zou terechtkomen, met mogelijk catastrofale gevolgen voor China’s soevereiniteit. Het tweetal besloot een staatsgreep te plegen, hoewel niet in de strikte zin van het woord, want de coup verliep zonder bloedvergieten. Door geknoei met keizerlijke zegels werd het testament van de keizer vervalst, waardoor Cixi en Zhen voortaan betrokken moesten worden bij de besluitvorming.

Cixi had nu de status van keizerin-weduwe, zodat het rijk twee keizerinnen had. Het was de slimme Cixi die de touwtjes in handen hield. Ze haalde de banden met de westerse mogendheden aan en begon een herstelbeleid. De internationale handel werd opgevoerd en de nationale inkomsten vergroot. De industrialisatie van het land hield ze een tijdlang tegen, uit een bijgelovige angst dat het bouwen van fabrieken en spoorwegen de rustplaatsen van de voorouders zouden verstoren.

China kon echter niet achterblijven, maar de toenemende westerse invloeden vielen niet in goede aarde bij andere leden van de Raad. Cixi leed erg onder de vele politieke intriges (o.m. door de drieste terechtstelling van haar favoriete eunuch).

Opvolging

Cixi’s zoon – keizer Tongzhi – bleek een zwak en ziekelijk figuur, die geen enkele interesse had in bestuur. Hij kwam aan de macht op zestienjarige leeftijd, maar stierf reeds in 1875 door de pokken. Cixi en Zhen namen op aansturen van de Raad opnieuw het regentschap op zich. Ze besloten een jongetje te adopteren dat ze zouden opvoeden tot de nieuwe keizer Guangxu.

Er brak vervolgens een bloeiperiode aan voor het Chinese rijk, maar de groeiende macht van Japan vormde al snel een nieuwe bedreiging. Er waren intussen ook andere conflicten, o.m. met Frankrijk dat door de verovering van Vietnam eveneens een bedreiging werd. Ook Rusland roerde zich aan China’s grenzen.

Maar vooral Japan bleek een harde tegenstander. Gedurende vele decennia steeg de spanning tussen de twee landen met als hoogtepunt de Japanse inval in 1894. Korea was reeds door hen veroverd in 1884. Tegen het einde van de 19de eeuw barstte de hel helemaal los. Haatcampagnes t.a.v. Chinese christenen door de opstandige Boksers veroorzaakten een inval door westerse landen, dat het uiteenvallen van het rijk leek in te luiden. Cixi moest vluchten (Zhen was intussen al overleden) en politieke rivalen beraamden (met hulp van Japan) een machtsovername. Het waren turbulente tijden, maar ondanks zware beproevingen wist Cixi ook deze te overwinnen.

Uiteindelijk komt ze in 1908 te overlijden, na bijna vijftig jaren aan de macht te zijn geweest. Ze hield stand ondanks alle politieke plotten die tegen haar gericht waren en zette China op het spoor van modernisering. Zo vaardigde ze aan het einde van haar bewind nog een decreet uit waardoor de aloude traditie van het voetbinden werd verboden.

Deze uitmuntende biografie biedt een unieke kijk op de ontoegankelijke wereld van het Chinese hof. Het boek is een waar leesgenot en bewijst eens te meer dat de internationale faam van auteur Jung Chang oververdiend is.