91y7S2OUOeLWomen on the Move: the forgotten era of women’s bicycle racing
Roger Filles
Lincoln : Univeristy of Nebraska Press, 2018 – 316 p.
RoSa exemplaarnummer: DIII5 m/9
Onderwerpen: sport / wielrennen

 

De meeste mensen geloven dat vrouwenwielrennen een vrij recente sport is. Dat is niet zo vreemd aangezien we weinig weten over de eerste vrouwelijke wielrenners en de eerste wielerwedstrijden voor vrouwen. Zelfs in een koersgek land als België blijft de pionierstijd van de vrouwenkoers zo goed als niet gedocumenteerd.

In ‘Women on the Move: the forgotten era of women’s bicycle racing’ schetst Roger Gilles beeld van een vergeten tijdperk uit de sportgeschiedenis: de korte, maar opzienbarende ‘bicycleboom’ van 1895 tot 1902, waarin het vrouwenwielrennen snel uitgroeide tot de populairste arenasport in de VS, en dat in een tijdperk waarin vrouwen stellig werd afgeraden om eender welke sport te beoefenen.

Vergeelde postkaart als inspiratie

Gilles raakte geïnspireerd door een vergeelde postkaart uit 1897 die hij vond in een pizzabar. Op die postkaart prijkte Tillie Anderson, a.k.a. ‘the Terrible Swede’, de snelste rensters van haar generatie.

In zijn boek volgt hij Anderson en vier van haar collega’s, samen ‘The Big Five’. Dottie Farnsworth, Helen “Beauty” Baldwin, Lizzie Glaw en de Parijse sprintkampioene Amélie Le Gaul, aka Lissette genereerden samen kilometers aan krantenartikels en een fortuin aan ticketinkomsten. Tot de katholieke kerk, de medische professie en de League of American Wheelmen (de Amerikaanse wielerbond) het vrouwenwielrennen in 1902 aan banden legden.

Tillie Anderson hield zelf een indrukwekkend persoonlijk archief bij, vol krantenknipsels, magazines, foto’s en documenten van haar korte, maar bewogen wielercarrière. Haar archief werd bewaard en van generatie op generatie doorgegeven. Dat privé-archief werd de bron van Roger Gilles’ research voor dit unieke boek.

De komst van de safety bike

De komst van de ‘safety bike’ (de eerste kettingaangedreven fiets met twee gelijke wielen) zorgde voor een democratisering van de fiets. Iedereen die zich in het laatste decennium van de negentiende eeuw een fiets kon veroorloven kocht er een. Die populariteit deed de fietsindustrie vrij snel imploderen. Omdat iedereen al een fiets had, hoefde niemand er nog een te kopen. Maar de ‘safety bike’ speelde ook een cruciale rol in de bevrijding van vrouwen. Al fietsend wonnen vrouwen een vrijheid die ze nooit hadden gekend: Plots konden ze zich alleen verplaatsen, zonder chaperonnes. Maar langzaamaan ook zonder talloze lagen dikke, lange rokken. De komst van de fiets betekende een ware revolutie in de kledingvoorschriften voor vrouwen. Dat de fiets ook het begrip sport door elkaar schudde is dan weer minder gekend.

Fietsen werd een competitieve sport

Van zodra de fiets aan z’n opmars begon werd fietsen ook een competitieve sport.

Mannen én vrouwen begonnen fietswedstrijden te rijden. De mannenwedstrijden van die tijd waren meerdaagse uitputtingstochten van 6 dagen, waarbij er tot 24 uur per dag moest gefietst worden. Geen wonder dat drugs en verboden middelen eerder norm dan uitzondering waren.

De toenmalige wetenschap was ervan overtuigd dat vrouwenlichamen niet geschikt waren voor uithoudingsinspanningen, dus werden vrouwenwedstrijden aangepast aan de vermeend fragielere aard van de deelnemers: 2 à 3 uur per dag, over meerdere dagen. Die andere opzet maakte het vrouwenwielrennen sneller, explosiever en dus spectaculairder om naar te kijken. De vrouwenwedstrijden trokken dan ook meer publiek aan dan het mannenwielrennen. Duizenden mensen verzamelden in arena’s en velodromen over de hele VS om vrouwen te zien koersen.

Die populariteit bracht natuurlijk ook geld op: topwielrensters verdienden vaak goed hun brood en werden zelfs kostwinner in hun gezin, ongehoord in het Victoriaanse tijdperk. Even ongehoord als de “mannelijke” outfits waarin de vrouwen koersten.

Seksisme en vooroordelen

Roger Gilles legt in Women on the Move een periode bloot waarover we opmerkelijk weinig weten, en waarover ook weinig terug te vinden valt. “Women of today that are interested in athletics should know that back in the 1890s, 120 years ago, there were women in America that were facing the same kinds of challenges,” vertelt Gilles zelf over z’n boek, “and they were flourishing despite those challenges.”

Het seksisme en de vooroordelen waar de vrouwelijke wielerpioniers tegenaan liepen verschillen opvallend weinig van de stereotypen waar vrouwelijke atleten vandaag mee worstelen: ze werden weggezet als zwak, niet competitief genoeg en onaantrekkelijk, hoe hard ze ook trainden, hoe sterk ze ook presteerden. Tegelijk schetst ‘Women on the Move’ een inspirerend verhaal over hoe vrouwen zich ook voor de emancipatiestrijd van de twintigste eeuw hebben verzet tegen dwingende normen, voorschriften, vooroordelen en belemmeringen door zonder aarzelen hun eigen zin te doen en de samenleving uit te dagen.